ECLI:NL:HR:2003:AF8706
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt teruggaaf verbruiksbelasting alcoholvrije drank op basis van samenstelling
Belanghebbende heeft over april 2000 verbruiksbelasting betaald over een alcoholvrije drank A en verzocht om teruggaaf van een deel van dit bedrag. De Inspecteur weigerde teruggaaf, waarna het Hof het beroep van belanghebbende gegrond verklaarde en teruggaaf verleende op grond dat A voldoet aan de wettelijke eisen.
De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 9, lid 3, letter a, van de Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken, dat bepaalt dat dranken bereid uit melk of melkproducten met een melkvetgehalte van ten minste 0,02% mas niet als limonade worden aangemerkt en dus niet belast zijn. Het Hof oordeelde dat A, ondanks dat het slechts 6% yoghurt bevat, uit melkproducten is bereid en daarmee voldoet aan de wettelijke voorwaarden.
De Staatssecretaris stelde in cassatie dat de drank voor meer dan de helft uit melkproducten moet bestaan, wat het Hof volgens hem ten onrechte niet had toegepast. De Hoge Raad verwierp dit middel omdat de wetstekst en de wetsgeschiedenis geen kwantitatieve eis bevatten. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de teruggaaf van verbruiksbelasting aan belanghebbende bevestigd.