ECLI:NL:HR:2003:AF8051
Hoge Raad
- Cassatie
- W.E. Haak
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid tewerkstellingsvergunningplicht voor Rijnvaartschip ondanks internationale verdragen
De zaak betreft een vennootschap onder firma die als exploitant van een motorschip, behorend tot de Rijnvaart, een Slowaakse matroos zonder tewerkstellingsvergunning arbeid liet verrichten aan boord in de Eemhaven te Rotterdam. De verdachte werd door de Economische Politierechter veroordeeld voor overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), maar zonder strafoplegging.
De verdachte voerde in hoger beroep aan dat de Wav in strijd was met het beginsel van vrije vaart op de Rijn zoals neergelegd in de Herziene Rijnvaartakte, het Verdrag van Versailles en het Verdrag van Barcelona, en dat het vereiste van een tewerkstellingsvergunning een belemmering vormde voor de vrije scheepvaart en het sluiten van vervoerovereenkomsten.
De Hoge Raad oordeelde dat de Wav een maatregel van sociaal-economische aard is die de regulering van arbeidskrachten beoogt en niet de vrije vaart op de Rijn schaadt. De vergunningplicht vormt geen inbreuk op het internationale regime van vrije Rijnvaart. Ook het beroep op internationale verdragen faalde, mede omdat het Verdrag van Barcelona niet van toepassing was op de onderhavige situatie. Het beroep in cassatie werd verworpen en de veroordeling gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de veroordeling wegens overtreding van de Wav blijft gehandhaafd zonder strafoplegging.