ECLI:NL:HR:2003:AF7675
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Wijziging overeenkomst wegens wederzijdse dwaling en gevolgen van art. 6:230 BW
In deze zaak stond centraal de vraag of de gevolgen van een overeenkomst die op grond van wederzijdse dwaling wordt gewijzigd, terugwerkende kracht moeten hebben. [Eiseres] had een stuk vervuilde grond gekocht van [Verweerster 1], waarbij een garantiebepaling was opgenomen dat de grond zou worden gesaneerd volgens een bepaald alternatief. [Verweerder 2] had zich persoonlijk garant gesteld voor de nakoming van deze verplichting. Later bleek dat de sanering niet binnen afzienbare tijd tot aanvaardbare waarden zou leiden, waardoor sprake was van wederzijdse dwaling.
Het Gerechtshof Amsterdam had de overeenkomst gewijzigd en bepaald dat [Verweerder] c.s. aan [Eiseres] een bedrag moest betalen, maar zonder terugwerkende kracht rente toe te kennen omdat de wijziging pas op het moment van het arrest werd vastgesteld. De Hoge Raad oordeelde dat art. 6:230 lid 2 BW Pro geen regel geeft dat wijziging van een overeenkomst altijd terugwerkende kracht moet hebben. De beoordeling of terugwerkende kracht wordt toegekend hangt af van de omstandigheden van het geval.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van [Eiseres] en bevestigde dat het oordeel van het Hof niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd was. Tevens werd [Eiseres] veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee werd de wijziging van de overeenkomst zonder terugwerkende kracht bevestigd, en werd de vordering van [Eiseres] afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de wijziging van de overeenkomst geldt zonder terugwerkende kracht.