ECLI:NL:HR:2003:AF7331
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwezigheid van pseudokoop bij voorbereidingshandeling verkoop harddrugs
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor voorbereidingshandelingen gericht op de verkoop van harddrugs, in strijd met artikel 10a van de Opiumwet. De verdachte stelde onder meer dat sprake was van een onrechtmatige opsporingshandeling, namelijk dat de politie een pseudokoop had verricht zonder naleving van de wettelijke vereisten van artikel 126i Wetboek van Strafvordering.
Het hof had geoordeeld dat geen sprake was van pseudokoop in de zin van artikel 126i Sv, omdat de politie geen daadwerkelijke aankoop nastreefde en de buitenlandse opsporingsambtenaren zich passief opstelden binnen de afspraken van het Hazeldonkoverleg. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verduidelijkte dat pseudokoop ook kan bestaan uit het voorwenden van een koop zonder daadwerkelijke aflevering, maar dat in dit geval geen afspraken waren gemaakt die tot aflevering leidden.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en handhaafde de veroordeling van de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en onbetaalde arbeid. De uitspraak benadrukt de geldigheid van de opsporingsmethoden binnen de afgesproken kaders en bevestigt de uitleg van artikel 126i Sv omtrent pseudokoop.
De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 30 september 2003, waarbij de vice-president als voorzitter en vier raadsheren betrokken waren.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte voor voorbereidingshandelingen gericht op de verkoop van harddrugs.