ECLI:NL:HR:2003:AF7102
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt één bedrijfsterrein als enkele arbeidsplaats voor loonbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd wegens verstrekte reiskostenvergoedingen aan werknemers die op het bedrijfsterrein van A te Q werkten. De Inspecteur handhaafde de aanslag en de verhoging na bezwaar. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarbij het oordeelde dat het terrein als één geheel vormend bedrijfsterrein moet worden gezien en dus als één arbeidsplaats.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de verschillende locaties op het terrein als aparte arbeidsplaatsen moesten worden beschouwd, wat zou betekenen dat de vergoedingen wel als reizen naar verschillende arbeidsplaatsen gezien moesten worden. De Hoge Raad verwierp dit standpunt en bevestigde het oordeel van het Hof dat het gehele terrein als één arbeidsplaats moet worden aangemerkt volgens de relevante bepalingen van de Wet op de loonbelasting 1964 en de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990.
De Hoge Raad vond geen aanleiding om het middel verder te motiveren en wees het beroep af. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Hiermee is de naheffingsaanslag inclusief de kwijtschelding en de verhoging definitief bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag wordt bevestigd.