ECLI:NL:HR:2003:AF7098

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 april 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
37986
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • G.J. Zuurmond
  • D.G. van Vliet
  • C.B. Bavinck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vernietiging naheffingsaanslag omzetbelasting zonder verhoging

Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd over de periode 1 januari 1991 tot en met 1 april 1994, met een verhoging van honderd procent, waarvan een deel werd kwijtgescholden tot vijftig procent. Na bezwaar werd de aanslag verminderd en de verhoging deels kwijtgescholden. Het hof vernietigde deze uitspraak en stelde de aanslag vast op een bedrag aan enkelvoudige belasting zonder verhoging.

Belanghebbende ging in cassatie tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat klachten over schending van beginselen van behoorlijk bestuur niet konden worden onderzocht omdat deze niet voor het hof waren aangevoerd en cassatie geen plaats biedt voor feitelijke beoordeling.

De overige klachten werden eveneens verworpen, mede omdat deze geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

Nr. 37.986
11 april 2003
whk
gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 11 maart 2002, nr. 97/21011, betreffende na te melden naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
1. Naheffingsaanslag, kwijtscheldingsbelsuit, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 1991 tot en met 1 april 1994 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd met een verhoging over de nageheven belasting van honderd percent, van welke verhoging de Inspecteur bij het vaststellen van de aanslag heeft besloten van een gedeelte ad ƒ 6712 vijftig percent kwijt te schelden. Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar, heeft de Inspecteur bij gezamenlijke uitspraak de naheffingsaanslag verminderd tot een aanslag ten bedrage van ƒ 118.599 en de verhoging kwijtgescholden tot op vijftig percent.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft deze uitspraak vernietigd en de naheffingsaanslag verminderd tot een ten bedrage van ƒ 99.932 (€ 45.347,16) aan enkelvoudige belasting, zonder verhoging. De uitspraak van het Hof is aan dit arest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
3. Beoordeling van de klachten
3.1. De klachten 3 en 4, die stellen dat beginselen van behoorlijk bestuur geschonden zijn, berusten op feiten waarvan uit de uitspraak van het Hof en de stukken van het geding niet blijkt dat daarop ook reeds voor het Hof een beroep is gedaan. Daarop kan geen acht worden geslagen, omdat zulks een onderzoek van feitelijke aard zou vergen, waarvoor in cassatie geen plaats is. De klachten kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.
3.2. De overige klachten kunnen evenmin tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J. Zuurmond als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2003.