ECLI:NL:HR:2003:AF7086
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over leges bij vergunning ontgronding
Belanghebbende diende een aanvraag in voor een vergunning tot ontgronding waarvoor het college van Gedeputeerde Staten van Groningen leges van ƒ 956,25 in rekening bracht. Na bezwaar verklaarde GS het bezwaar ongegrond maar verminderde ambtshalve het legesbedrag tot ƒ 948,75. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het bezwaar gegrond verklaarde en de leges vaststelde op ƒ 1083,75.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof. GS stelde een incidenteel cassatieberoep in tegen het primaire beroep. De Hoge Raad verklaarde het primaire beroep ongegrond en het incidentele beroep gegrond, vernietigde het hofarrest voor zover het legesbedrag op ƒ 1083,75 werd vastgesteld en handhaafde het lagere bedrag van ƒ 948,75 zoals ambtshalve vastgesteld.
De Hoge Raad oordeelde dat het hogere bedrag van het Hof berustte op een misslag en dat de uitspraak van het Hof op dat punt niet in stand kon blijven. Er waren geen gronden voor proceskostenveroordeling. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2003.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor het hogere legesbedrag en handhaaft het lagere bedrag van ƒ 948,75.