ECLI:NL:HR:2003:AF6689
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.G. Pos
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in civiele geldvordering wegens onvoldoende gronden
Eisers hebben een geldvordering ingesteld tegen verweerders bij de Rechtbank Utrecht, waarbij zij een bedrag van ƒ 92.780,06 vorderden, vermeerderd met wettelijke rente. De Rechtbank stond bewijslevering toe en stelde verdere beslissing uit. Verweerders gingen in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam en verhoogden de vordering tot ƒ 95.049,--.
Het Hof verwees de zaak terug naar de rol om partijen in de gelegenheid te stellen zich nader uit te laten over de schadeberekening. Tegen het arrest van het Hof stelden eisers beroep in cassatie in. De Advocaat-Generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd verworpen en eisers werden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen wegens onvoldoende gronden.