ECLI:NL:HR:2003:AF6221
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen dwangbevel griffierecht in cassatieprocedure afgewezen
De advocaat van betrokkene heeft verzet aangetekend tegen een dwangbevel dat door de Griffier van de Hoge Raad was uitgevaardigd vanwege het vastgestelde griffierecht in een cassatieprocedure. Het griffierecht bedroeg ƒ 8.890,-- in een procedure tussen betrokkene 1 en betrokkene 2 bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba.
De advocaat voerde aan dat op het moment van indiening van het verzoekschrift tot cassatie de toevoeging wel was aangevraagd maar nog niet verleend, en dat de Hoge Raad had kunnen gebruikmaken van de mogelijkheden in art. 18 van Pro de Wet tarieven in burgerlijke zaken (WTBZ) aangezien uit het verzoekschrift bleek dat betrokkene 1 geen inkomen had.
De Hoge Raad oordeelde dat het verzet faalt omdat volgens art. 18 WTBZ Pro vereist is dat op het moment van verschuldigdheid van het vast recht de verklaring of bescheiden zoals bedoeld in art. 25 van Pro de Wet op de rechtsbijstand zijn overgelegd, hetgeen hier niet was gebeurd. Het verzet werd derhalve ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel voor griffierecht wordt ongegrond verklaard.