ECLI:NL:HR:2003:AF6208
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.G. Pos
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken memorie van grieven
Eiseres werd door [A] B.V. gedagvaard voor een vordering van ƒ 5.770,29. De Kantonrechter te Amsterdam verklaarde zich onbevoegd waarna de zaak werd verwezen naar de Kantonrechter te Haarlem. Deze veroordeelde eiseres tot betaling van de vordering met rente. Eiseres stelde hoger beroep in bij de Rechtbank te Haarlem, die haar niet-ontvankelijk verklaarde omdat zij geen grieven had voorgedragen tegen het vonnis waarvan beroep.
Eiseres stelde in cassatie dat zij tijdig een memorie van grieven had verzonden, maar deze was teruggezonden aan haar raadsman en pas na de zitting ontvangen. De Hoge Raad oordeelde dat indiening van de memorie van grieven bij rolzittingen ter zitting moet plaatsvinden en dat dit niet was gebeurd. Het feit dat de memorie aan de griffie was verzonden, volstond niet.
De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde dat het ontbreken van een memorie van grieven leidt tot niet-ontvankelijkheid in hoger beroep. Ook werd geoordeeld dat grieven in de appeldagvaarding niet volstaan zonder een proceshandeling ter onderbouwing. De kosten van het cassatiegeding werden aan eiseres opgelegd.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkverklaring van eiseres in hoger beroep wegens het niet indienen van een memorie van grieven.