ECLI:NL:HR:2003:AF5705
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt achteraf gegeven toestemming voor gebruik van tapgegevens in ander strafrechtelijk onderzoek
In deze strafzaak stond centraal de vraag of bewijs verkregen door het gebruik van tapgegevens uit een ander strafrechtelijk onderzoek zonder voorafgaande toestemming van de officier van justitie mocht worden gebruikt. De verdachte stelde dat dit bewijs onrechtmatig was verkregen en uitgesloten diende te worden.
Het hof oordeelde dat hoewel de toestemming van de officier van justitie pas achteraf was gegeven, dit niet in strijd was met de wet. Artikel 126dd van het Wetboek van Strafvordering maakt het mogelijk dat gegevens uit een onderzoek van telecommunicatie ook in een ander strafrechtelijk onderzoek kunnen worden gebruikt, mits de officier van justitie toestemming geeft. De wetsgeschiedenis bevestigt dat deze toestemming ook achteraf kan worden verleend.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. Hiermee werd bevestigd dat het gebruik van dergelijke gegevens niet vooraf hoeft te worden goedgekeurd, zolang de officier van justitie achteraf de verantwoordelijkheid neemt en toestemming geeft. De overige middelen van cassatie werden eveneens verworpen, waarna het beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd met een gevangenisstraf van 24 maanden.