ECLI:NL:HR:2003:AF5553
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.G. Pos
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beschikking hof over alimentatie na echtscheiding wegens niet-behandeling overeengekomen alimentatievrijstelling
De man en vrouw zijn gescheiden bij beschikking van de Rechtbank Utrecht, waarbij de man een voorlopige alimentatieverplichting van ƒ 4.365,- per maand werd opgelegd. De vrouw verzocht vervolgens om een verhoging van deze alimentatie, maar dit verzoek werd door de Rechtbank afgewezen. De vrouw stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de beschikking van de Rechtbank vernietigde en de alimentatie vaststelde op € 575,- per maand met ingang van 9 maart 2000.
De man stelde beroep in cassatie tegen deze beschikking. Hij voerde aan dat partijen waren overeengekomen dat de vrouw na de boedelscheiding geen aanspraak meer zou maken op alimentatie, een verweer dat door de Rechtbank was verworpen maar door het hof niet was behandeld. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit verweer had moeten behandelen vanwege de devolutieve werking van het hoger beroep, ook zonder dat de man hiertegen een grief had ingesteld.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van het hof en verwees het geding voor verdere behandeling en beslissing naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De overige klachten van de man werden niet behandeld omdat deze niet tot cassatie konden leiden. De uitspraak werd gedaan door raadsheren Fleers, Pos en Bakels op 23 mei 2003.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage.