ECLI:NL:HR:2003:AF5548
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofbeslissing over alimentatie wegens onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid
De vrouw verzocht bij de rechtbank echtscheiding en alimentatie vast te stellen. De rechtbank sprak echtscheiding uit en bepaalde alimentatiebedragen voor de vrouw en de kinderen. De man ging in hoger beroep tegen de alimentatievaststelling. Het hof vernietigde de beschikking en wees de alimentatieverzoeken van de vrouw af, waarbij het aannam dat de man arbeidsongeschikt was en zijn draagkracht moest worden berekend op basis van een uitkering van het GAK.
De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het de arbeidsongeschiktheid van de man als vaststaand aannam, aangezien in het proces-verbaal en stukken geen overtuigend bewijs of medische verklaringen waren overgelegd. De stellingen van de man over ziekte waren onvoldoende onderbouwd.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor een volledige herbeoordeling van het alimentatiegeschil, inclusief de vraag naar arbeidsongeschiktheid en draagkracht van de man.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onvoldoende motivering omtrent arbeidsongeschiktheid en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.