ECLI:NL:HR:2003:AF5544

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 juni 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C01/360HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bekrachtiging vonnis inzake betalingsovereenkomst tussen [A] Management en [verweerder]

In deze civiele zaak vorderde [verweerder] betaling van een bedrag van ƒ 147.000,-- van [A] Management. De rechtbank veroordeelde [A] Management tot betaling van ƒ 145.250,-- met rente en proceskosten. [A] Management stelde hoger beroep in, maar het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank.

[A] Management stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De wederpartij, [verweerder], was niet verschenen in cassatie, waardoor verstek werd verleend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was, mede gelet op artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het cassatieberoep werd verworpen en [A] Management werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, welke nihil werden begroot.

Uitkomst: Het cassatieberoep van [A] Management wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

27 juni 2003
Eerste Kamer
Nr. C01/360HR
MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[A] MANAGEMENT EN CONSULT B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.D. Boetje,
t e g e n
[Verweerder], wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploit van 17 juni 1999 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [A] Management - gedagvaard voor de Rechtbank te Groningen en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande verzet of hogere voorzieningen, [A] Management te veroordelen om aan [verweerder] te betalen een bedrag van ƒ 147.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 januari 1998, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening.
[A] Management heeft de vordering bestreden.
De Rechtbank heeft bij vonnis van 11 augustus 2000 [A] Management veroordeeld om aan [verweerder] te betalen een bedrag van ƒ 145.250,--, te vermeerderen met rente overeenkomstig het wettelijk tarief vanaf 7 januari 1998, [A] Management in de proceskosten aan de zijde van [verweerder] veroordeeld, dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [A] Management hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Leeuwarden.
Bij arrest van 5 september 2001 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [A] Management beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de niet verschenen [verweerder] is verstek verleend.
[A] Management heeft de zaak doen toelichten door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [A] Management in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 27 juni 2003.