ECLI:NL:HR:2003:AF5420
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering aan Verenigde Staten bevestigd met feitelijke specificatie
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem die de uitlevering van een opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten van Amerika toelaatbaar verklaarde. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak voor zover de rechtbank heeft nagelaten de feiten te vermelden waarvoor uitlevering kan worden toegestaan, zoals vereist op grond van artikel 28, derde lid, van het Uitleveringswet.
De Hoge Raad stelt dat de uitlevering kan worden toegestaan voor de feiten zoals omschreven in de bij het uitleveringsverzoek overgelegde documenten, waaronder een affidavit en een indictment van mei 2002. Daarnaast wijst de Hoge Raad erop dat deze feiten strafbaar zijn naar Nederlands recht, onder meer op grond van artikel 47 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Het beroep van de opgeëiste persoon wordt voor het overige verworpen. De Hoge Raad herstelt het verzuim van de rechtbank door de feitelijke gronden van het uitleveringsverzoek te specificeren en bevestigt de toelaatbaarheid van uitlevering. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 1 april 2003.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toelaatbaarheid van uitlevering en vernietigt de uitspraak voor het ontbreken van feitelijke specificatie.