ECLI:NL:HR:2003:AF4953
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.C. van Oven
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging boetebeschikking hondenbelasting wegens ontbreken kennisgeving gronden boete
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2000 een aanslag hondenbelasting en een boete opgelegd door de gemeente Waterland. Na bezwaar werden beide bedragen verminderd, waarna belanghebbende beroep instelde bij het Hof Amsterdam. Het Hof vernietigde de boetebeschikking, maar bevestigde de aanslag. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze uitspraak, terwijl het College van burgemeester en wethouders van Waterland incidenteel cassatieberoep instelde.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat de Chef van het bureau Financiën niet aannemelijk had gemaakt dat belanghebbende tijdig en individueel was geïnformeerd over de gronden waarop de boete was gebaseerd, zoals vereist volgens artikel 67g, lid 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Publicatie van het beleid volstaat niet; een individuele kennisgeving is noodzakelijk.
Verder verwierp de Hoge Raad klachten over de heffing van hondenbelasting voor het houden van een waakhond, omdat deze geen juridische basis hadden. Ook kon niet worden ingegaan op feiten die niet eerder in het geding waren gebracht. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep en het incidentele beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de vernietiging van de boetebeschikking wegens het ontbreken van een individuele kennisgeving van de boetengronden.