ECLI:NL:HR:2003:AF4119
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt controleerbaarheid van buitengewone lasten bij inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1998 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 41.979. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het Hof verklaarde het beroep gegrond en verminderde de aanslag tot ƒ 40.212. De Staatssecretaris stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de aftrekbaarheid van buitengewone lasten voor uitgaven aan levensonderhoud van bloedverwanten in de rechte lijn. De Hoge Raad bevestigde dat niet alleen directe geldbetalingen aftrekbaar zijn, maar ook andere vormen van bewijs van betaling, mits deze schriftelijk en controleerbaar zijn.
Het Hof had geoordeeld dat de door belanghebbende overgelegde kasstortingen en een verklaring van Suri Change B.V. voldoende waren om aannemelijk te maken dat betalingen daadwerkelijk waren gedaan en ontvangen. De Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel niet onbegrijpelijk was, ook al was niet vastgesteld dat de ontvanger zich moest legitimeren bij opname.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees de proceskosten af. Hiermee blijft de vermindering van de aanslag zoals door het Hof vastgesteld in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bevestigd.