ECLI:NL:HR:2003:AF3419
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder wegens wanbeleid en onbehoorlijk bestuur in vennootschap
De zaak betreft een geschil tussen Skipper Club Charter B.V. (SCC) en haar voormalig bestuurder, die tevens aandeelhouder was via een houdstermaatschappij. SCC vorderde betaling wegens wanbeleid en onbehoorlijk bestuur van de bestuurder in de periode 1994-1996, waaronder extra accountantskosten. De Ondernemingskamer had eerder vastgesteld dat sprake was van wanbeleid en dat de bestuurder verantwoordelijk was voor onjuist beleid.
De Rechtbank en het Hof behandelden de vorderingen, waarbij het Hof het beroep tegen een tussenvonnis vernietigde, de vordering van SCC in reconventie afwees en de zaak terugverwees naar de Rechtbank. SCC stelde cassatie in tegen dit arrest. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende inzicht had gegeven in de maatstaf die het hanteerde voor de aansprakelijkheid van de bestuurder op grond van artikel 2:9 BW Pro.
De Hoge Raad benadrukte dat voor aansprakelijkheid op grond van art. 2:9 BW Pro vereist is dat de bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt, beoordeeld naar alle omstandigheden. Het Hof had niet duidelijk gemaakt welke maatstaf het hanteerde en onvoldoende gemotiveerd waarom het de stelling van SCC verwierp. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het Hof Arnhem voor een volledige herbeoordeling van de aansprakelijkheid van de bestuurder.
De Hoge Raad veroordeelde de bestuurder tevens in de kosten van het cassatiegeding. De zaak betreft belangrijke aspecten van bestuurdersaansprakelijkheid en de beoordeling van wanbeleid binnen de vennootschapsrechtelijke context.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof Leeuwarden en verwijst zaak naar Hof Arnhem voor hernieuwde beoordeling van bestuurdersaansprakelijkheid.