ECLI:NL:HR:2003:AF3368
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in diefstalzaak met braak
Op 4 oktober 1998 werd aangifte gedaan van de diefstal van een snorfiets. Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor diefstal waarbij hij zich toegang tot de plaats van het misdrijf had verschaft door braak. Het gerechtshof bevestigde deze veroordeling en legde een gevangenisstraf van zes weken op.
Verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof. Een van zijn middelen betrof het niet krijgen van het laatste woord door zijn raadsman tijdens de terechtzitting in hoger beroep. De Hoge Raad oordeelde dat verdachte niet zelf aanwezig was, maar werd vertegenwoordigd door een gemachtigde advocaat die het woord voerde. Na het woord van de raadsman sloot de voorzitter het onderzoek zonder nog iemand het woord te geven, waardoor geen sprake was van onthouden van het laatste woord.
De Hoge Raad concludeerde dat geen van de middelen tot cassatie konden leiden en dat er geen ambtshalve vernietigingsgrond aanwezig was. Het beroep werd daarom verworpen en het arrest van het gerechtshof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot zes weken gevangenisstraf blijft in stand.