ECLI:NL:HR:2003:AF3313

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 februari 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02422/01 M
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor zware mishandeling met voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf

In deze strafzaak heeft het Gerechtshof Arnhem het vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Arnhem vernietigd en verdachte veroordeeld voor zware mishandeling. Het hof legde een straf op van vier maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, aangevuld met een werkstraf van 180 uur.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, waarbij hij twee middelen aanvoerde, waarvan het eerste werd ingetrokken. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat er geen reden was om ambtshalve in te grijpen. Het beroep werd daarom verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.

Deze uitspraak bevestigt de strafrechtelijke beoordeling van het hof en de opgelegde strafmaat, waarbij het cassatieberoep geen nieuwe rechtsvragen opriep die beantwoording behoefden.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen; het arrest van het hof Arnhem blijft in stand met een voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf wegens zware mishandeling.

Uitspraak

25 februari 2003
Strafkamer
nr. 02422/01 M
IV/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 24 oktober 2001, nummer 21/002653-00, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de van de Arrondissementsrechtbank te Arnhem (Militaire Kamer) van 27 november 2000 voorzover aan het oordeel van het Hof onderworpen - de verdachte ter zake van "zware mishandeling" veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, alsmede tot het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte voor de duur van 180 uren, in plaats van vier maanden gevangenisstraf. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen en aan de verdachte een betalingsverplichting opgelegd, een en ander als in het arrest vermeld.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P. Reitsma, advocaat te Nijkerk, bij schriftuur twee middelen van cassatie voorgesteld. Nadien is het eerste middel ingetrokken. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De plaatsvervangend Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren F.H. Koster en W.A.M. van Schendel, in bijzijn van de waarnemend-griffier I.W.P. Verboon, en uitgesproken op 25 februari 2003.