ECLI:NL:HR:2003:AF3089

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 maart 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01265/02
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • W.J.M. Davids
  • G.J.M. Corstens
  • A.J.A. van Dorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor doodslag bevestigd door Hoge Raad

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens doodslag. Het hof had het vonnis van de Arrondissementsrechtbank te ’s-Hertogenbosch vernietigd en de veroordeling uitgesproken.

Verdachte stelde middels zijn advocaat middelen van cassatie voor, maar de Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad nam kennis van het schriftelijk commentaar van de advocaat van verdachte, maar oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden.

De Hoge Raad vond geen aanleiding om het arrest van het hof ambtshalve te vernietigen en verwierp het beroep. Daarmee bleef de veroordeling van vier jaar gevangenisstraf voor doodslag in stand.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 4 maart 2003 in ’s-Gravenhage.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte werd verworpen en de veroordeling tot vier jaar gevangenisstraf voor doodslag bleef in stand.

Uitspraak

4 maart 2003
Strafkamer
nr. 01265/02
ES/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 8 februari 2002, nummer 20/000684-01, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting ‘’Limburg Zuid’’, Huis van Bewaring ‘’Overmaze’’ te Maastricht.
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep – met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te ’s-Hertogenbosch van 23 februari 2001 – de verdachte ter zake van ‘’doodslag’’ veroordeeld tot vier jaren gevangenisstraf.
2. Geding in cassatie
2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Meijers, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2.2. De Hoge Raad heeft kennis genomen van het schriftelijk commentaar van mr. J.I.M.G. Jahae, advocaat te Amsterdam, op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Slotsom
Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend-griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op
4 maart 2003.