ECLI:NL:HR:2003:AF3074
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart BMW c.s. niet-ontvankelijk in cassatieberoep na intrekking middel
In deze zaak vorderden BMW c.s., bestaande uit Bayerische Motorenwerke AG en BMW Nederland B.V., cassatie tegen een eerdere uitspraak. Het geschil betrof vragen over de uitleg van de Eenvormige Beneluxwet op de merken en het Benelux Protocol, alsmede gemeenschapsrechtelijke vragen die eerder aan het Benelux-Gerechtshof en het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen waren voorgelegd.
BMW c.s. hebben op 13 september 2002 een nadere schriftelijke toelichting gegeven en vervolgens bij de rolzitting van 20 september 2002 het middel van cassatie dat zij op 10 november 1995 hadden aangevoerd, ingetrokken. De Advocaat-Generaal stelde daarop voor BMW c.s. niet-ontvankelijk te verklaren in hun beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat door de intrekking van het middel BMW c.s. niet-ontvankelijk zijn in hun cassatieberoep en veroordeelde hen in de kosten van het geding, inclusief de kosten van de eerdere procedures bij het Hof van Justitie en het Benelux-Gerechtshof. Het arrest werd uitgesproken op 14 maart 2003 door raadsheer F.B. Bakels.
Uitkomst: BMW c.s. zijn niet-ontvankelijk verklaard in hun cassatieberoep en veroordeeld in de proceskosten.