ECLI:NL:HR:2003:AF2995
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering ondernemingsschuld op nominale waarde bij staking onderneming
Belanghebbende exploiteerde een supermarkt en staakte de onderneming op 20 oktober 1994. Op dat moment had hij een schuld van f 158.659 aan B B.V. wegens onbetaalde leveringen. De Inspecteur stelde het inkomen over 1994 vast op nihil en weigerde verliesverrekening met eerdere jaren. Het Hof vernietigde deze beslissing en stelde de aanslagen over 1991-1993 nihil.
De Inspecteur voerde in cassatie aan dat de schuld op het stakingsmoment geen economische waarde had en dat de winst uit herwaardering tot de voordelen bij staking behoorde. De Hoge Raad stelde dat een schuld die niet kan worden voldaan bij staking niet naar privé-vermogen overgaat, maar tot het ondernemingsvermogen blijft behoren. De schuld moet worden gewaardeerd op nominale waarde, tenzij vaststaat dat niet volledig betaald hoeft te worden.
Omdat belanghebbende niet mocht aannemen dat hij de schuld niet hoefde te voldoen, was de waardering op nominale waarde terecht. De Hoge Raad verklaarde het beroep van de Staatssecretaris van Financiën ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep van de Staatssecretaris van Financiën ongegrond en bevestigt dat de schuld op nominale waarde moet worden gewaardeerd.