ECLI:NL:HR:2003:AF2849

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 maart 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R02/064HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wijziging kinderalimentatie afgewezen na beëindiging dienstverband

De man verzocht de Rechtbank Maastricht om de opgelegde kinderalimentatie voor zijn zoon te wijzigen naar nihil met ingang van 1 december 2000, de datum waarop zijn dienstverband eindigde. De rechtbank wees dit verzoek toe per 1 januari 2001. De vrouw ging hiertegen in hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, dat de beschikking vernietigde en het verzoek alsnog afwees.

De man stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling waren.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee het oordeel van het hof dat het verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie niet kan worden toegewezen. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2003.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot wijziging van kinderalimentatie.

Uitspraak

14 maart 2003
Eerste Kamer
Rek.nr. R02/064HR
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de man], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.N.G.N.H. Brech,
t e g e n
[de vrouw], wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 23 februari 2001 gedateerd verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot de Rechtbank te Maastricht en verzocht de beschikking van die Rechtbank van 23 november 2000 te wijzigen en de hem opgelegde kinderalimentatie ten behoeve van zijn zoon [...], geboren te [geboorteplaats] (voormalig Sowjet-Unie) op 14 november 1986 uit zijn inmiddels door echtscheiding ontbonden huwelijk met verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw -, wegens wijziging van omstandigheden met ingang van 1 december 2000, zijnde de datum van de beëindiging van het dienstverband, op nihil te stellen.
De vrouw heeft het verzoek gemotiveerd bestreden.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 12 september 2001 het verzoek toegewezen, zij het met ingang van 1 januari 2001.
Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij beschikking van 21 mei 2002 heeft het Hof de beschikking waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, het wijzigingsverzoek van de man alsnog afgewezen.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, A.G. Pos en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 14 maart 2003.