ECLI:NL:HR:2003:AF2312
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- B.C. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor medeplegen en opzetheling ondanks bewijsvoering met buitenlandse processen-verbaal
In deze strafzaak bevestigde de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van opzetheling en opzetheling tot een gevangenisstraf van vijftien maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk.
Het cassatieberoep richtte zich onder meer tegen de wijze waarop het Hof processen-verbaal van Belgische opsporingsambtenaren als bewijsmiddelen had behandeld. De Hoge Raad oordeelde dat deze buitenlandse processen-verbaal, behoudens bijzondere wettelijke bepalingen, als andere geschriften moeten worden aangemerkt en niet als bewijsmiddelen in de zin van art. 344 Sv Pro. Het Hof had deze processen-verbaal kennelijk als zodanige andere geschriften gebruikt, hetgeen door de Hoge Raad werd bevestigd.
De overige middelen van het cassatieberoep werden niet gegrond bevonden en behoefden geen nadere motivering. De Hoge Raad zag geen reden om ambtshalve in te grijpen en verwierp het beroep. Hiermee bleef de veroordeling van de verdachte in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk, blijft in stand.