ECLI:NL:HR:2003:AF1278
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens onjuiste aangifte omzetbelasting door directeur met feitelijke leiding
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de verdachte, als directeur met feitelijke leiding over een BV, zich schuldig had gemaakt aan het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte omzetbelasting. Het hof had bewezen verklaard dat de BV in maart 1996 een te hoog bedrag aan voorbelasting had opgegeven, terwijl in werkelijkheid minder belasting was betaald. De verdachte had deze onjuiste aangifte mede geleid en was daarvoor veroordeeld.
De verdediging voerde aan dat het opgegeven bedrag aan voorbelasting overeenkwam met het op de factuur vermelde bedrag en dat aftrek daarvan gerechtvaardigd was. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof terecht had vastgesteld dat het in de factuur vermelde bedrag niet overeenstemde met de werkelijkheid, omdat een deel van het gefactureerde bedrag een leverancierskrediet betrof dat was omgezet in een sponsorship en verrekend met promotieactiviteiten.
Hierdoor was de factuur niet op de voorgeschreven wijze opgemaakt en was aftrek van voorbelasting niet mogelijk. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de veroordeling van de verdachte tot een geldboete, subsidiair hechtenis.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de verdachte tot een geldboete van vierduizend gulden, subsidiair 45 dagen hechtenis.