ECLI:NL:HR:2003:AF0455
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatie tegen uitlevering wegens betrokkenheid bij cocaïnehandel
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam die de uitlevering van een verdachte aan Frankrijk toelaatbaar heeft verklaard. De verdachte wordt verdacht van betrokkenheid bij het verzenden van 3437 gram cocaïne vanuit Frans Guyana naar Nederland.
De Hoge Raad preciseert de rechtspraak omtrent dubbele strafbaarheid in uitleveringszaken en stelt dat uitlevering ontoelaatbaar is indien het verzoek uitsluitend ziet op schending van douanevoorschriften die alleen betrekking hebben op fiscale bescherming, zonder dat een overeenkomstige Nederlandse strafbepaling bestaat. In deze zaak heeft de rechtbank geoordeeld dat het feit onder Nederlandse wetgeving strafbaar is als poging tot medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat aan het vereiste van dubbele strafbaarheid is voldaan en verwerpt het cassatieberoep. De uitlevering blijft daarmee toelaatbaar voor de strafvervolging in Frankrijk.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de toelaatbaarheid van de uitlevering voor strafvervolging wegens betrokkenheid bij cocaïnehandel.