ECLI:NL:HR:2002:ZC8105
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wegens ontbreken belastbaar feit
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd wegens de verkrijging van de economische eigendom van een onroerende zaak. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en de naheffingsaanslag. De Staatssecretaris stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
Het Hof oordeelde dat de besparing op de belasting voortkomt uit het feit dat het belastbare feit zoals bedoeld in artikel 2, lid 2, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer zich niet heeft voorgedaan. Dit oordeel strookt met de wetsgeschiedenis, waarin expliciet is bepaald dat een overeenkomst waarbij geen risico van tenietgaan van de onroerende zaak op de koper overgaat, niet als belastbaar feit geldt.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verklaart het beroep van de Staatssecretaris ongegrond. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris in de proceskosten van het cassatiegeding, waarbij rekening is gehouden met samenhangende zaken. Het arrest werd uitgesproken op 12 april 2002.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting blijft vernietigd.