ECLI:NL:HR:2002:AF1569
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt werking fiscale glijclausule bij aandelenemissie na inbreng notarispraktijk
Belanghebbende bracht zijn notarispraktijk per 1 januari 1986 in een besloten vennootschap in, waarbij een fiscale glijclausule werd opgenomen die aanpassing van de inbrengwaarde mogelijk maakt bij latere vaststelling van een andere waarde.
Het Gerechtshof te Arnhem stelde in 1992 vast dat er sprake was van goodwill in de praktijk en dat de waarde hoger was dan aanvankelijk opgenomen. Op 31 december 1991 werd op basis van de glijclausule een aandelenemissie van f 351.000 verricht, waarbij partijen overeenkwamen de te veel uitgegeven aandelen later ongedaan te maken indien de waarde anders zou blijken.
Het Hof te 's-Hertogenbosch oordeelde dat de glijclausule ook op deze aandelenemissie van toepassing was en dat de bijplaatsing niet als een uitdeling van winst kon worden aangemerkt. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verklaarde het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën ongegrond. Tevens werd de Staat veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de fiscale glijclausule is ook van toepassing op de aandelenemissie van 31 december 1991.