ECLI:NL:HR:2002:AF0628
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging heffing premie volksverzekeringen bij buitenlandse belastingplichtige
In deze zaak is aan belanghebbende, een buitenlandse belastingplichtige, voor het jaar 1992 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over een belastbaar binnenlands inkomen van ƒ 146.273, waarbij het tarief van 25% werd toegepast op de eerste schijf van ƒ 42.966. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag. De Inspecteur heeft het belastbare inkomen bij uitspraak op bezwaar verlaagd tot ƒ 117.991 en het tarief over de eerste schijf aangepast naar 13%, conform artikel 53a lid 1 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, mede gebaseerd op een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (Asscher). Tevens werd een bedrag van ƒ 10.977 aan premie volksverzekeringen geheven.
Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep gegrond verklaarde en de heffing van premie volksverzekeringen vernietigde. De Staatssecretaris stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat conversie van een aanslag inkomstenbelasting naar een gecombineerde aanslag met premie volksverzekeringen achteraf niet mogelijk is en bevestigde daarmee het oordeel van het Hof.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten. Hiermee is de heffing van premie volksverzekeringen over de eerste schijf van het belastbaar inkomen van een buitenlandse belastingplichtige in dit geval niet toegestaan.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de heffing van premie volksverzekeringen wordt vernietigd.