ECLI:NL:HR:2002:AE9673
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A.J.A. van Dorst
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt betalingsverplichting ontneming wederrechtelijk voordeel en verwijst zaak terug
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een bij verstek gewezen uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden waarin betrokkene werd veroordeeld tot betaling van een bedrag aan de Staat wegens ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel.
De Advocaat-Generaal stelde een middel van cassatie voor gericht op de betalingsverplichting die het hof aan betrokkene had opgelegd. Het hof had het voordeel geschat op ƒ 259.792,34, maar legde een betalingsverplichting op van ƒ 153.692,66, subsidiair hechtenis.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte meende niet boven het door het openbaar ministerie gevorderde bedrag te mogen gaan bij het vaststellen van de betalingsverplichting. Dit is strijdig met eerdere jurisprudentie. Daarom vernietigde de Hoge Raad het deel van het vonnis dat de betalingsverplichting betreft en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de betalingsverplichting en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.