ECLI:NL:HR:2002:AE9632
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A.J.A. van Dorst
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in verkrachtingszaak
De Hoge Raad heeft op 10 december 2002 uitspraak gedaan in het cassatieberoep van een verdachte die was veroordeeld voor verkrachting door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De verdachte was in hoger beroep veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf, waarvan een deel voorwaardelijk.
Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de vraag of de telefoongegevens die als bewijs waren gebruikt, buiten beschouwing moesten worden gelaten vanwege onduidelijkheden en het frustreren van onderzoek door het Openbaar Ministerie. De Hoge Raad verwierp deze middelen, omdat zij niet tot cassatie konden leiden.
Wel oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan zestien maanden waren verstreken tussen het instellen van het cassatieberoep en de behandeling van de zaak. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf tot drie jaar en tien maanden.
De Hoge Raad vernietigde de bestreden uitspraak uitsluitend wat betreft de duur van de straf en verwierp het beroep voor het overige. De overige klachten, waaronder de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, werden niet gehonoreerd.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot drie jaar en tien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.