ECLI:NL:HR:2002:AE9259

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C01/120HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
  • A.E.M. van der Putt-Lauwers
  • H.A.M. Aaftink
  • D.H. Beukenhorst
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt onbevoegdheid Rechtbank Haarlem in geschil tussen eiseres en Sabena

Eiseres heeft Sabena gedagvaard voor de Rechtbank Haarlem met een vordering tot betaling van een geldbedrag. Sabena stelde zich onbevoegd en de rechtbank gelastte een comparitie en stond bewijs toe omtrent de totstandkoming van de overeenkomst.

Het hof Amsterdam vernietigde het tussenvonnis van de rechtbank dat bewijs toeliet en verklaarde de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van de hoofdzaak. Eiseres stelde hiertegen cassatieberoep in.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

20 december 2002
Eerste Kamer
Nr. C01/120HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli,
t e g e n
de naamloze vennootschap naar Belgisch recht N.V. SABENA, gevestigd te Brussel, België,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.S. Meijer.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploit van 9 juni 1989 verweerster in cassatie - verder te noemen: Sabena - gedagvaard voor de Rechtbank te Haarlem en gevorderd Sabena te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van ƒ 256.016,--, vermeerderd met de wettelijke rente over ƒ 56.447,77 vanaf 30 juni 1989 en voorts met wettelijke rente over het resterende schadebedrag vanaf 9 juni 1989 tot aan de dag der algehele voldoening.
Bij incidentele conclusie heeft Sabena gevorderd dat de Rechtbank zich onbevoegd zal verklaren van de hoofdzaak kennis te nemen.
[Eiseres] heeft de door Sabena opgeworpen exceptie van onbevoegdheid bestreden.
De Rechtbank heeft in het incident bij tussenvonnis van 19 februari 1991 een comparitie van partijen gelast. Nadat de comparitie van partijen had plaatsgevonden heeft de Rechtbank bij tussenvonnis van 4 mei 1993 Sabena toegelaten te bewijzen dat de litigieuze overeenkomst tot stand is gekomen door bemiddeling van het Sabenakantoor op de luchthaven Schiphol.
Tegen beide tussenvonnissen heeft Sabena hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 14 december 2000 heeft het Hof het tussenvonnis van 19 februari 1991 bekrachtigd, het tussenvonnis van 4 mei 1993 vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de Rechtbank Haarlem onbevoegd verklaard van het onderwerpelijk geschil kennis te nemen.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Sabena heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Sabena begroot op € 286,88 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp als voorzitter en de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, H.A.M. Aaftink, D.H. Beukenhorst en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 20 december 2002.