ECLI:NL:HR:2002:AE9258
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geldigheid en gevolgen van curatorontslag na vernietiging faillietverklaring
De werknemer trad in 1994 in dienst bij de vennootschap onder firma ISA en werd in mei 1998 arbeidsongeschikt. ISA werd in september 1998 failliet verklaard, waarna de curator de arbeidsovereenkomst opzegde per 2 november 1998 zonder toestemming van de Regionaal Directeur Arbeidsvoorziening (RDA). De faillietverklaring werd echter later vernietigd door het gerechtshof, dat oordeelde dat ISA niet langer in staat van faillissement verkeerde.
De werknemer vorderde loonbetaling en een vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, stellende dat de opzegging door de curator nietig was vanwege het ontbreken van toestemming en dat het ontslag kennelijk onredelijk was. De kantonrechter en rechtbank wezen deze vorderingen af. In cassatie betoogde de werknemer dat de opzegging niet aan de wettelijke eisen voldeed en dat het ontslag kennelijk onredelijk was.
De Hoge Raad oordeelde dat de opzegging door de curator op grond van artikel 40 Faillissementswet Pro ook na vernietiging van het faillissement geldig blijft op grond van artikel 13 Faillissementswet Pro. De toetsing van de opzegging vindt plaats naar het moment van opzegging. Er was geen sprake van kennelijk onredelijk ontslag omdat de curator in redelijkheid tot het ontslag kon komen gezien de financiële situatie van ISA. Het beroep werd verworpen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de werknemer wordt verworpen en de curatorontslag blijft geldig na vernietiging van het faillissement.