ECLI:NL:HR:2002:AE9242
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens verkeerde dagvaarding na meerderjarigheid
De Stichting Speciaal Onderwijs had namens een minderjarige eiser, vertegenwoordigd door zijn ouders, een vordering ingesteld wegens onrechtmatig handelen door betrekken bij asbestverwerking. Nadat de eiser meerderjarig werd, dagvaardde de Stichting echter nog steeds de ouders als wettelijk vertegenwoordigers in hoger beroep, wat door de tegenpartij werd aangevochten.
Het Hof verklaarde de Stichting niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat zij niet tijdig de juiste partij, de inmiddels meerderjarige eiser zelf, had gedagvaard. De Stichting probeerde dit te herstellen door de meerderjarige eiser later op te roepen op grond van art. 12a Rv, maar dit werd niet als tijdig en rechtsgeldig beschouwd.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof en wijst het cassatieberoep van de Stichting af. De Hoge Raad benadrukt dat het aan de appellant is om de juiste partij tijdig te dagvaarden en dat herstel van een verkeerde dagvaarding slechts beperkt mogelijk is, vooral niet wanneer de meerderjarigheid van de eiser bekend was.
De uitspraak onderstreept het belang van nauwkeurigheid in het dagvaardingsproces en de strikte toepassing van appeltermijnen en procespartijen in hoger beroep. De Stichting wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de Stichting niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens het dagvaarden van de verkeerde partij na meerderjarigheid.