ECLI:NL:HR:2002:AE8367
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen aftrek pensioenpremie in 1997 zonder expliciete afspraken
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 134.434. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Het Hof bevestigde deze uitspraak en oordeelde dat belanghebbende geen recht had op aftrek van een pensioenpremie in 1997, omdat hierover geen expliciete afspraken waren gemaakt en de pensioenregeling pas in 1998 werd vastgesteld.
Belanghebbende stelde dat het onverenigbaar was dat het salaris, deels pas in 1998 vastgesteld, wel in 1997 tot het inkomen werd gerekend, terwijl de pensioenpremie niet aftrekbaar zou zijn. De Hoge Raad verwierp deze klacht. Het Hof had terecht geoordeeld dat een na 1997 gemaakte afspraak over pensioenbijdragen niet betekent dat een ingehouden premie in 1997 niet tot het loon behoorde te worden gerekend.
De Hoge Raad benadrukte dat er geen sprake kon zijn van een ingehouden premie in 1997, omdat de verplichting tot pensioenbijdrage nog niet bestond. Ook was niet voldaan aan de wettelijke vereisten voor aftrek van premies voor lijfrenten. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof bevestigd dat geen aftrek van pensioenpremie in 1997 mogelijk is zonder expliciete afspraken.