ECLI:NL:HR:2002:AE8063

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 september 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
37082
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • L. Monné
  • P.J. van Amersfoort
  • A.R. Leemreis
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieKostenwet invordering rijksbelastingen
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt kostenveroordeling afvalstoffenheffing na bezwaar en beroep

Belanghebbende werd door de gemeente Leiderdorp kosten van ƒ 50 in rekening gebracht voor de betekening van een dwangbevel met betrekking tot een aanslag afvalstoffenheffing over het derde kwartaal van 1997. Na bezwaar bij het hoofd van de afdeling Financiën van de gemeente werd dit bedrag gehandhaafd.

Belanghebbende ging vervolgens in beroep bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, dat de uitspraak van het hoofd van de afdeling Financiën bevestigde. Hiertegen stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.

De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de kostenveroordeling.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de kostenveroordeling bevestigd.

Uitspraak

Nr. 37.082
20 september 2002
JV
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 30 maart 2001, nr. BK-98/02492, betreffende de haar in rekening gebrachte kosten van vervolging.
1. Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is ter zake van de betekening van een dwangbevel tot betaling van een haar opgelegde aanslag in de afvalstoffenheffing van de gemeente Leiderdorp voor het derde kwartaal 1997 door de Belastingdeurwaarder op 25 maart 1998 een bedrag van ƒ 50 aan kosten in rekening gebracht, welk bedrag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van het hoofd van de afdeling Financiën van de gemeente Leiderdorp is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft die uitspraak bevestigd.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij enkele klachten aangevoerd.
3. Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer L. Monné als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort en A.R. Leemreis, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2002.