ECLI:NL:HR:2002:AE7913
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- J.W. van den Berge
- J.C. van Oven
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat milieueffectbeoordeling niet vereist is bij onteigeningsuitspraak
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep van eiser tegen een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Haarlem verworpen, waarbij vervroegde onteigening was uitgesproken ten behoeve van de aanleg van een weg. Eiser stelde dat voorafgaand aan de onteigening een milieueffectbeoordeling (MER) had moeten plaatsvinden, verwijzend naar de Richtlijn 85/337 EEG en het arrest Linster van het HvJ EG.
De Hoge Raad overweegt dat de Richtlijn milieubescherming beoogt en niet de bescherming van private eigendom. De milieubelangen worden niet geraakt door de onteigening zelf, maar door de uitvoering van het werk waarvoor onteigend wordt. Het Nederlandse bestuursrecht voorziet erin dat de naleving van de Richtlijn voorafgaand aan de uitvoering van het werk door de bestuursrechter kan worden getoetst.
Daarom verzet het Linster-arrest zich niet tegen het feit dat de onteigening kan worden uitgesproken zonder dat voorafgaand een rechterlijke toetsing plaatsvindt of het werk MER-plichtig is. Het beroep van eiser faalt en wordt verworpen, waarbij hij in de kosten wordt veroordeeld.
De uitspraak bevestigt dat milieueffectbeoordelingen niet aan de orde zijn bij de onteigeningsuitspraak zelf, maar bij de latere bestuursrechtelijke procedures omtrent de uitvoering van het project.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de onteigening blijft in stand zonder dat vooraf een milieueffectbeoordeling hoeft plaats te vinden.