ECLI:NL:HR:2002:AE7858
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij inkomstenbelastingaanslag
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 5527. Na bezwaar tegen deze aanslag handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de uitspraak van de Inspecteur vernietigde en het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de bezwaarperiode.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak van het Hof. De Hoge Raad beoordeelde de klachten, waarbij de eerste klacht stelde dat het Hof ten onrechte niet-ontvankelijkheid had uitgesproken terwijl de Inspecteur dat niet had gedaan. De Hoge Raad verwierp deze klacht omdat het recht niet vereist dat de Inspecteur een niet-ontvankelijkheid moet uitspreken om die door het Hof te kunnen worden vastgesteld.
De tweede klacht, voortbouwend op de eerste, faalde eveneens. De Hoge Raad zag geen reden om de proceskosten aan een partij toe te wijzen en verklaarde het beroep ongegrond. Het arrest bevestigt de strikte toepassing van termijnen bij bezwaarprocedures in belastingzaken.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 1996 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn.