ECLI:NL:HR:2002:AE7857
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering drijvende steigers als gebouwde eigendommen voor onroerendezaakbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde waarde van een onroerende zaak, bestaande uit een jachthaven met drijvende steigers, voor het tijdvak 1997-2000. De directeur gemeentebelastingen stelde de waarde bij, waarna het Hof deze uitspraak bevestigde. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof.
Het Hof oordeelde dat de drijvende steigers als werken zijn aan te merken die duurzaam ter plaatse blijven en derhalve als gebouwde eigendommen in de zin van artikel 16 van Pro de Wet waardering onroerende zaken moeten worden beschouwd. Dit oordeel is niet onjuist, onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd en kan in cassatie niet worden getoetst.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en bevestigde dat de waarde van de jachthaven terecht de waarde van de steigers omvat. Er werden geen proceskosten aan de partijen opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 20 september 2002.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de waardering van de drijvende steigers als gebouwde eigendommen bevestigd.