ECLI:NL:HR:2002:AE7851
Hoge Raad
- Cassatie
- C.H.M. Jansen
- J.B. Fleers
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling tot betaling op borgstellingsovereenkomst na wanprestatie en dwaling
In deze zaak vorderde de bank dat eiser tot cassatie werd veroordeeld tot betaling van ƒ 200.000,-- vermeerderd met rente en kosten op grond van een borgstellingsovereenkomst. Eiser bestreed deze vordering en vorderde in reconventie ontbinding van de borgstellingsovereenkomst wegens wanprestatie en dwaling, alsmede schadevergoeding en opheffing van beslag op zijn woning.
De rechtbank wees de vordering van de bank toe en veroordeelde eiser tot betaling, terwijl de vorderingen van eiser in reconventie werden afgewezen, met uitzondering van de opheffing van het beslag. Beide partijen gingen in hoger beroep bij het hof, dat de vonnissen van de rechtbank vernietigde en opnieuw oordeelde dat eiser aan de bank ƒ 200.000,-- moest betalen, en de vorderingen van eiser in reconventie afwees.
Eiser stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep. Hiermee bleef de veroordeling van eiser tot betaling aan de bank in stand. Tevens werd eiser veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van eiser tot betaling van ƒ 200.000,-- aan de bank.