ECLI:NL:HR:2002:AE7679
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid bezit logostempel voor XTC-pillen als voorbereidingshandeling onder Opiumwet
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en de Wet wapens en munitie. Het hof oordeelde onder meer dat het bezit van een logostempel voor XTC-pillen een voorbereidingshandeling is zoals bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet.
Verdachte voerde in hoger beroep aan dat het plaatsen van een logo op een XTC-pil niet valt onder het vervaardigen of bereiden van het middel en dus niet strafbaar kan zijn als voorbereidingshandeling. Het hof verwierp dit verweer en motiveerde dat het logostempel een schakel vormt in de keten van productie tot verspreiding.
De Hoge Raad beoordeelde het cassatieberoep en oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en het oordeel niet onbegrijpelijk was. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee de strafbaarheid van het bezit van het logostempel als voorbereidingshandeling onder de Opiumwet.
De uitspraak benadrukt de reikwijdte van artikel 10a Opiumwet en bevestigt dat voorwerpen die bestemd zijn voor het bereiden, bewerken, verwerken of vervaardigen van verboden middelen, zoals een logostempel voor XTC-pillen, strafbaar kunnen zijn. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 22 oktober 2002.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor bezit van een logostempel als voorbereidingshandeling wordt bevestigd.