ECLI:NL:HR:2002:AE7623
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- B.C. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor openlijk met verenigde krachten geweld plegen in discotheek
De verdachte werd door het Gerechtshof Leeuwarden veroordeeld wegens openlijk met verenigde krachten geweld plegen tegen het slachtoffer in en rond discotheek [A] te [plaats C]. De feiten speelden zich af in de nacht van 12 op 13 december 1998, waarbij de verdachte als portier betrokken was bij het naar buiten en weer naar binnen leiden van het slachtoffer. Tijdens deze gebeurtenissen werd het slachtoffer geslagen en/of gestompt door een groep personen.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat uit het bewijsmateriaal niet kon worden afgeleid dat hij zelf het slachtoffer tegen het hoofd had geslagen of gestompt. De Hoge Raad overwoog dat voor een veroordeling op grond van art. 141 Sr Pro vereist is dat de verdachte deel uitmaakte van een groep die geweld pleegde en dat van hemzelf enige gewelddadige handeling moest zijn uitgegaan.
Het hof had geoordeeld dat de verdachte samen met anderen een groep vormde die het slachtoffer sloeg en/of stompten, en dat de verdachte zelf het slachtoffer had geduwd tijdens of voorafgaand aan het geweld. De Hoge Raad vond deze bewezenverklaring voldoende en verwierp het cassatieberoep. De straf bestond uit een voorwaardelijke gevangenisstraf en onbetaalde arbeid.
De Hoge Raad benadrukte dat het niet noodzakelijk is dat uit het bewijs volgt dat de verdachte zelf het hoofd van het slachtoffer heeft geraakt, zolang hij deel uitmaakte van de groep die geweld pleegde en zelf geweld gebruikte. Het beroep werd verworpen en de bestreden uitspraak bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor openlijk met verenigde krachten geweld plegen met een voorwaardelijke gevangenisstraf en onbetaalde arbeid.