ECLI:NL:HR:2002:AE7347
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Verjaring en overwerktoeslag bij afroepcontract; geen opzettelijk verzwijgen schuld
In deze zaak vordert eiser betaling van een overwerktoeslag over de periode van 27 juli 1993 tot 9 december 1994, gebaseerd op een afroepcontract en de toepasselijke CAO. De werkgever verweert zich met verjaring van de vordering, omdat de aanspraak pas in 1999 werd ingediend terwijl de vordering al vijf jaar eerder opeisbaar was.
De Kantonrechter en Rechtbank bevestigen dat de vordering deels verjaard is en dat de verjaring niet op grond van redelijkheid en billijkheid kan worden doorbroken. De rechtbank oordeelt dat het herhaaldelijk onjuist meedelen door de werkgever dat geen recht op overwerktoeslag bestond, niet valt onder het opzettelijk verzwijgen van een schuld zoals bedoeld in art. 3:321 lid 1 BW Pro.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de vordering loon betreft dat naar tijdruimte is vastgesteld, waardoor de opeisbaarheid volgens art. 7:623 BW Pro moet worden bepaald. Tevens wordt bevestigd dat het spreken van onwaarheid niet gelijkstaat aan het opzettelijk verborgen houden van de schuld. De werkgever hoeft de vordering niet meer te voldoen wegens verjaring.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de vordering tot betaling van overwerktoeslag is verjaard.