ECLI:NL:HR:2002:AE6378
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging aanslag vennootschapsbelasting na waardebepaling onroerende zaak
Belanghebbende, een vennootschap, had voor het jaar 1995 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd gekregen. Na bezwaar werd deze aanslag door de Inspecteur verminderd tot een belastbaar bedrag van ƒ 2.249.666. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de uitspraak van de Inspecteur vernietigde en de aanslag vaststelde op nihil.
De kern van het geschil betrof de waardering van een in september 1995 verkochte onroerende zaak aan een aandeelhouder. De Inspecteur stelde een hogere waarde vast dan belanghebbende had opgegeven, wat leidde tot een hogere belastbare winst en een uitdeling aan de aandeelhouder. Het Hof oordeelde dat de hogere waarde van ƒ 777.700 niet te hoog was en rekende de uitdeling dienovereenkomstig.
Belanghebbende stelde in cassatie dat zij aanspraak maakte op vergoeding van kosten van de bezwaarfase, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 29 bepaalt Pro dat artikel 8:73 van Pro de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is op cassatieprocedures.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat belanghebbende geen belang meer had bij cassatie van de interne compensatie die het Hof toepaste en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt het arrest van het Hof dat de aanslag vennootschapsbelasting voor 1995 heeft verminderd tot nihil.