ECLI:NL:HR:2002:AE6175
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- Rechtspraak.nl
Intrekking cassatieberoep in uitleveringszaak door opgeëiste persoon
In deze zaak betreft het een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Haarlem inzake een uitleveringsverzoek van het Koninkrijk België.
De opgeëiste persoon, vertegenwoordigd door zijn advocaat, heeft het cassatieberoep ingetrokken door middel van een verklaring ex art. 451a, eerste lid, Sv, voordat de procureur-generaal zijn conclusie had genomen en voordat mondelinge behandeling had plaatsgevonden.
De Hoge Raad overweegt dat de intrekking van het cassatieberoep tijdig is, omdat deze plaatsvond vóór het aanvang van de behandeling van het beroep zoals bedoeld in art. 453 Sv Pro. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk verklaard en is de zaak van de rol gevoerd.
De beslissing is genomen door de enkelvoudige kamer van de Hoge Raad, waarbij het cassatieberoep niet inhoudelijk is behandeld vanwege de intrekking.
Uitkomst: Het cassatieberoep is tijdig ingetrokken en de zaak is van de rol gevoerd.