ECLI:NL:HR:2002:AE5228
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep ongegrond in zaak over aanslag inkomstenbelasting 1997
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 51.142. Na bezwaar werd deze aanslag gehandhaafd door de Inspecteur. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde.
Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen de uitspraak van het Hof. Het cassatieberoep werd behandeld, waarbij een na de cassatietermijn ingediend stuk buiten beschouwing werd gelaten omdat de wet dit niet toestaat.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van belanghebbende niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Ook werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en sprak het arrest uit op 12 juli 2002, gewezen door vice-president E. Korthals Altes en raadsheren L. Monné en J.W. van den Berge.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 1997 wordt ongegrond verklaard.