ECLI:NL:HR:2002:AE5226
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting ondanks bezwaar belanghebbende
Belanghebbende kreeg voor de jaren 1993 tot en met 1996 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd van f 12.715 met een verhoging van 100%, waarvan de helft werd kwijtgescholden door de Inspecteur. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag en verhoging. Het hof bevestigde deze uitspraak in beroep. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad toetste het oordeel van het hof dat het opleggen van de naheffingsaanslag niet in strijd was met het vertrouwensbeginsel. Het hof had geoordeeld dat belanghebbende geen rechtmatig vertrouwen kon ontlenen aan het feit dat de Inspecteur op de hoogte was van een onvolledige administratie. Dit oordeel betreft feitelijke waarderingen die in cassatie niet worden herzien.
De overige middelen van belanghebbende werden niet inhoudelijk behandeld omdat deze geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Het arrest werd in openbare zitting uitgesproken op 12 juli 2002.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag blijft gehandhaafd.