ECLI:NL:HR:2002:AE5224
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid navorderingsaanslag en bewijslastverdeling in inkomstenbelastingzaak
In deze zaak heeft belanghebbende voor het jaar 1992 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen ontvangen op basis van een belastbaar inkomen van f 96.580. Later is een navorderingsaanslag opgelegd met een belastbaar inkomen van f 149.727 en een verhoging van 100%, waarvan de Inspecteur de verhoging heeft teruggebracht tot 50%. Na bezwaar en beroep bij het Hof is het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende stelde in cassatie onder meer dat de bewijslast onjuist was verdeeld en dat er sprake was van een gerechtvaardigd vertrouwen vanwege eerdere controles zonder opmerkingen. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat de Inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat de opbrengsten uit speelautomaten niet correct zijn verantwoord en dat het Hof de bezwaren van belanghebbende gemotiveerd heeft verworpen.
De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt dat het vertrouwen op eerdere controles niet leidt tot een vrijstelling van correcte verantwoording. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Brunschot, Bavinck en Van Oven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof bevestigd.