ECLI:NL:HR:2002:AE5160
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over uitleg achterstelling en verrekening bij faillissement
In deze zaak stond centraal de vraag of een achtergestelde vordering automatisch betekent dat de schuldeiser zijn recht op verrekening verliest, vooral in het kader van een faillissement. De zaak betrof een geschil tussen curatoren van Habo Bouw B.V. en de vennootschap [verweerster 2] en Besix over de verrekening van vorderingen.
De feiten betroffen een bouwproject waarbij Habo en Besix samen met [verweerster 2] een vennootschap hadden opgericht. [Verweerster 2] had aan beide een voorschot betaald, waarvan een deel was omgezet in een achtergestelde lening. Voordat deze lening kon worden terugbetaald, werd Habo failliet verklaard. Besix zette de vennootschap voort en stelde zich op het standpunt dat haar vordering verrekend kon worden met eventuele vorderingen van Habo.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de achterstelling niet automatisch het recht op verrekening uitsluit. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat de betekenis en gevolgen van een achterstelling afhankelijk zijn van de concrete omstandigheden en de bedoeling van partijen. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de curatoren in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de curatoren wordt verworpen; de achterstelling sluit verrekening niet automatisch uit.